Fontys, connect and seize the opportunity

Ondernemend onderwijs: ideeën en initiatieven

VI. Resultaten onderzoek Ondernemend onderwijs

Een semi-gestructureerde vragenlijst met 7 items (een 5 punt Likertschaal) werd voorgelegd aan zowel docenten als studenten van vijf instituten. De vragenlijst werd via het internet verspreid. Voor de analyse van de open vragen werd gebruik gemaakt van de analyse van Westers en Peeters (2004). Door een proces van member check en peer debriefing werd geprobeerd om de kwaliteit van de resultaten te waarborgen. Elke vraag werd letterlijk uitgeschreven. Per vraag werd er gezocht naar een label (=cluster van antwoorden). Vervolgens werd door een andere onderzoeker gecontroleerd of hij tot gelijkwaardige labels (zowel ordening als conclusie) kwam. Inter rater agreement was voldoende (boven de 80%).

Resultaten

6 docenten en studenten hebben de vragenlijst naar een ondernemende houding ingevuld. Samengevat kan gesteld worden dat zowel docenten als studenten een ondernemende houding belangrijk vinden voor de toekomstige beroepspraktijk van de studenten hun. Als `Best practice` voorbeeld worden zowel stages als concrete onderzoeksopdrachten naar voren geschoven.

Studenten

Op de vraag wat studenten onder een ondernemende houding verstonden, komen verschillende synoniemen naar voren: voortouw nemen, initiatief nemen, leiding nemen en actie ondernemen. Daarnaast worden creativiteit, zelfsturing en anderen enthousiast maken ook vermeld.

Studenten vinden een ondernemende houding voor een toekomstige beroepssituatie heel belangrijk. 20 van de 23 studenten vindt een ondernemende houding voor de toekomstige beroepssituatie belangrijk tot heel belangrijk.

Wanneer aan studenten wordt gevraagd of het onderwijs uitdaagt en ondersteunt in het ontwikkelen van een ondernemende houding geven studenten een genuanceerd beeld weer. Zo geeft het merendeel van de studenten aan dat het onderwijs positief ondersteunt in de ontwikkeling van de ondernemende houding. Maar qua uitdaging naar ontwikkeling van een ondernemende houding geven studenten een iets lager score. Het onderwijs ondersteunt de ondernemende houding meer dan dat ze studenten ook effectief uitdaagt in de ontwikkeling van de ondernemende houding.

Voor studenten zijn er twee initiatieven die als ‘Best practice’ voorbeeld sterk naar voren worden geschoven, namelijk het vervullen van stages en het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek. Bovendien geven studenten aan dat de ondernemende houding meer gestimuleerd zou worden als er nog meer aandacht wordt besteed aan praktijkgericht onderzoek en stages aangevuld met aandacht voor minoren.

Docenten

Ook docenten vinden een ondernemende houding belangrijk voor de toekomstige beroepssituatie van studenten. 27 van de 43 docenten vinden dit belangrijk tot heel belangrijk.

Docenten zijn het unaniem eens dat afstudeeropdrachten bij uitstek (al dan niet rondom een lectoraat georganiseerd) en stages goede voorbeelden zijn waarin studenten een ondernemende houding kunnen laten zien.

Naast het feit dat sommige docenten (7 van de 43 docenten) een kritische kanttekening plaatsten bij het feit of het onderwijs inderdaad de ondernemende houding bij studenten moet bevorderen, geven docenten een gelijkwaardig genuanceerd beeld in vergelijking met studenten. Het hedendaags onderwijs ondersteunt studenten in het ontwikkelen van een ondernemende houding meer dan ze ook effectief uitdaagt.

Voor docenten zijn er twee initiatieven die als ‘Best practice’ voorbeeld sterk naar voren worden geschoven; namelijk het vervullen van stages en het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek. Bovendien geven docenten aan dat de ondernemende houding meer gestimuleerd zou worden als er nog meer aandacht besteed wordt aan praktijkgericht onderzoek en stages. In samenwerking met een lectoraat reële (onderzoeks)opdrachten initiëren en uitvoeren in relatie met het afnemend veld, is een belangrijke pijler. Eventueel kan de werkelijkheid van authentieke beroepssituaties nagebootst worden door middel van simulatie-opdrachten.

Kritische kanttekening

Er moeten ook kanttekeningen bij dit onderzoek geplaatst worden. Een vraag was niet eenduidig gesteld zodat ze uit de analyse is geschrapt. Zo was de vraag naar ‘Best practice’ voorbeelden soms moeilijk te analyseren omdat de verschillende antwoorden zo instituutsspecifiek waren dat de generaliseerbaarheid in bepaalde gevallen bemoeilijkt werd. Daarnaast is de samplegrootte vrij klein en het aantal docenten was oververtegenwoordigd. Vervolgonderzoek waarin de ‘Best practice’ voorbeelden verder uitgediept worden en schaalverhoging nagestreefd wordt, is aan te bevelen.